De KOIM kan vooreerst ambtshalve
De KOIM kan vooreerst ambtshalve, d.w.z. op eigen initiatief, optreden. Als de KOIM van oordeel is dat er sprake is van dreigende insolventie, dat overleg tussen de ondernming in moeilijkheden en de schuldeisers gepast voorkomt of dat de ontbinding van de rechtspersoon kan worden uitgesproken overeenkomstig het vennootschapsrecht, dan kan de KOIM die onderneming in moeilijkheden oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen.
Het resultaat van het onderzoek door de KOIM kan variëren :
- Indien uit het onderzoek naar de toestand van de onderneming in moeilijkheden blijkt dat die zich in staat van faillissement bevindt kan de KOIM het dossier naar de procureur des Konings zenden, die dan mogelijkerwijze zal dagvaarden in faillissement;
- Indien uit het onderzoek naar de toestand van de onderneming in moeilijkheden blijkt dat die zich in staat van faillissement bevindt, kan de KOIM beredeneerd en ten voorlopige titel vaststellen dat de voorwaarden voor de aanstelling van een voorlopige bewindvoerder die het bestuur vervangt, verenigd zijn en het dossier mededelen aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank;
- Wanneer volgens de KOIM uit dat onderzoek blijkt dat de ontbinding van de rechtspersoon kan worden uitgesproken overeenkomstig vennootschapsrecht, kan het dossier met een gemotiveerde beslissing aan de ondernemingsrechtbank meegedeeld worden ten einde uitspraak te doen over de ontbinding;
De medewerking aan zulk onderzoek is steeds verplicht. Het is dus belangrijk om tijdig én inhoudelijk het gepaste gevolg te geven aan eventuele uitnodigingen van de KOIM. Het preventieve belang schuilt zich in het gegeven dat snel de juiste informatie kan meegedeeld worden tijdens het onderzoek om latere onwenselijke beslissingen door de KOIM te trachten te vermijden en alzo de onderneming uit de gevarenzone te proberen te houden.







